Ingezonden stuk
EEN POPPENMOEDER.
Als wij aan een poppenmoeder denken, dan
hebben wij een klein zorgzaam meisje die met poppen speelt voor ogen. Toch zijn
er ook heel veel volwassenen
die gecharmeerd zijn van poppen en die ze zelfs verzamelen.
Indertijd was er een TV serie waarin de kijkers hun diverse
verzamelingen konden laten zien. Op een keer kwam daar ook een volwassen
poppenmoeder in beeld. Trots liet ze "haar kindertjes" - zoals
zij ze noemde - zien. Het hele huis stond vol met wel over de honderd
poppen. Ook tijdens mijn vakantie was ik eens bij een Duitse poppenmoeder
op bezoek. Op de sofa, op de stoelen op kastjes en tafeltjes overal
stonden of zaten grote en kleine poppen. Het verzamelen van poppen is dan
ook een wereldwijde hobby. Gaat het om antieke poppen dan is het zelfs big
business. Daar gaat heel veel geld in om op veilingen en tentoonstellingen.
Eens werd de verzameling van Koningin
Juliana tentoongesteld. Deze verzameling bevatte veel klederdrachtpoppen.
In alle provincies van ons land waar Juliaantje op bezoek kwam, kreeg zij
een prachtig aangeklede pop uit die streek, maar niet alleen in de
provincies ook in het buitenland wist men, dat men de koningin met één,
in nationaal kostuum gestoken pop een plezier kon doen.
Zelf ben ik ook enigszins door dit virus
aangetast, maar voor mij geldt niet de kleding of de leeftijd, maar de
uitdrukking van het gezichtje als voornaamste criterium. Een pop met een
lieve glimlach doet ook mij glimlachen als ik haar zie. Dan denk ik welke
geheime gedachten steken er achter die glimlach? Ook een ernstig kijkende
donkere baby fascineert mij. Het is alsof dit kindje zich al klaar maakt
voor een leven, waarin zij weet dat de kleur van haar huid, bij sommige
mensen tot vooroordelen leidt en zij nu al de ernst van het leven voelt,
waarin zij zal moeten vechten om als mens geaccepteerd te worden en te
tonen dat ieder mens bruin, geel, rood of blank gelijkwaardig is.
In de laatste herfstvakantie werd ik helemaal gepakt door een
ondeugend, vrolijk de wereld in kijkend, manneke. Zo'n pop kan ik niet in
de vitrine laten staan. Het is of zo'n pop iets uitstraalt, alsof hij daar
op mij heeft zitten wachten om met mij mee naar huis te gaan.
Ik heb er over nagedacht waar dit
vermogen om een pop als een "levend" wezen te zien vandaan komt.
Daarvoor moet ik - waar het mijzelf betreft - terug gaan tot mijn prille
jeugd. Vanaf mijn eerste beertje heb ik geleerd met zorg daarmee om te
gaan. Toen ik vier jaar was, had ik een aantal poppen die op - door mijn
vader met de figuurzaag gemaakte stoeltjes - zaten. Voor mijn vijfde
verjaardag maakte hij zelfs kleine schoolbankjes, zodat ik mijn poppen les
kon geven. Als ik uit de Fröbelschool thuis kwam, kreeg ik wat te drinken
en mijn moeder die hard moest meewerken en geen tijd had om zich met mij
bezig te houden, zei dan: "Luister eens , ik geloof dat Kees (mijn
beer en lieveling) weer zit op te scheppen. Je moet er maar eens gauw naar
toe gaan". Zonder
problemen vertrok ik dan naar mijn kamer en was meteen in mijn
fantasiespel verdiept. Dat vermogen om in "dode" dingen leven te
zien is de fantasiewereld waarin een kind, maar ook een volwassene
gelukkig kan zijn en mijn moeder heeft dat heel vroeg in mij gestimuleerd.
Poppenmoeders hebben allemaal die fantasie en gelukkig zijn er nog altijd
veel mensen die daarover beschikken en de wereld om zich heen daarmee net
die dimensie meer kunnen geven, die hun leven een extra waarde geeft.
Lida Kornman